maandag 18 maart 2013

Hopeloos.


Misschien is alles in het leven wel hopeloos en onmogelijk. Misschien zal niets ooit lukken in mijn leven. Zal nooit alles zijn zoals het hoort te zijn in mijn hoofd. Misschien heb ik het helemaal mis, en is juist helemaal niets hopeloos. Maar op dit moment vraag ik me meer af of dat nu wel mogelijk is. Op dit moment spoken de vragen en beelden van hem door mijn hoofd. En vraag ik me af of het ooit meer word dan alleen beelden van hem. Maar ook beelden van ons. Misschien is het gewoon hopeloos. Misschien ben ik wel hopeloos. Misschien is het beeld van ‘ons’ wel helemaal hopeloos en onmogelijk. Misschien is het ook zo. Misschien is het hopeloos om te hopen dat hij de gene is die nu is eerst stuurt. Hopeloos. Helemaal hopeloos.


Want ik ben meer dan 100 procent zeker dat hij 0 procent aan me denkt. En ik? Ik denk meer aan hem dan wie dan ook zich kan voorstellen. Misschien voel ik dit al lang, maar vond ik het belachelijk. Liefde op het eerste zicht, ken je dat? En hoe moet ik nu mijn plannen voor goeie punten verderzetten als zijn hoofd  elke keer in mijn hersens floept. Hoe kan ik dan deftig huiswerk maken. Hoe kan ik opstaan en geen bende van mijn kamer maken omdat ik vijftien verschillende outfits pas, gewoon omdat ik hem misschien één minuut zou spreken. Man, verliefd zijn is hard.

En ik droom van een wereld waar ‘ons’ wel kan. Waar dat niet hopeloos is, maar zelfs al bestaat. Een wereld vol rozengeur en maneschijn. Maar dat is maar een droom, ver van de werkelijkheid. Want de waarheid? Dat ik veel aan hem denk? Soms hopeloos, of eigenlijk altijd, ben omdat hij toch nooit zal sturen? En ja hoor, het is niet zo dat hij het niet raar gaat vinden dat dat vreemde lelijke, hopeloze meisje hem steeds stuurt. We staan op nul. Ik weet niet echt veel van hem, en hij kan alleen mijn naam onthouden denk ik. Hij heeft ook gewoon geen zin in een relatie.

Maar misschien hoef ik niet meer. Misschien wil ik gewoon verder dromen van het idee van een ‘ons’. Misschien hoeft het niet allemaal. Maar is dat niet zielig? Je hele leven dromen over iets wat zo ver buiten bereik ligt. Het is niet dat hij, zo populair en knap als hij is, mij zal kiezen boven de mooiere, knappere, meer perfecte meisjes op mijn school. Als ik hem was wist ik wel wat ik zou doen. Vluchten naar New York en daar trouwen met een knappe Amerikaanse. Ja, strak plan. Misschien moet ik het dan maar gewoon opgeven. En niet zo zielig en hopeloos denken.

En nu ben ik thuis. Daarom voel ik dit. Als ik thuis ben denk ik echt man dit heeft geen zin! Maar als ik hem dan zie op school, denk ik van O, wacht. Laat ik nog verder proberen want hij is zo ongelooflijk knap en leuk dat hij het waart is. Maar nu. Op dit moment maakt het me niets uit. Want ik zie hem niet, ruik hem niet, hoor hem niet. En ik kan me niet super goed inbeelden hoe het is. Ik zie gewoon zijn knappe gezicht in mijn ogen naar me staren. Volgens mij is er echt iets niet  goed met me. Misschien ben ik dan wel gewoon een hopeloos geval. Een wrak. Echt een wrak. Ik loop rond als een zombie die studeert en leest om haar leven door te komen. Die bang is om haar beste vrienden kwijt te raken omdat het al zo vaak is gebeurd. En amper slapen komt er nog eens bij. Een wrak zeg ik je. EEN ZOMBIE. En wie trouwt er met een zombie? Een wrak? Niet hem. Niemand trouwens. Dus blijf ik hopeloos. Misschien is het gewoon hopeloos. Het idee van ‘ons’ is hopeloos. Hopeloos. Ja, hopeloos.

Xoxo, S.T.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen